Paastijd en Hemelvaart

 paastijd

 

 

   DSC01146

Vanaf Pasen tot Pinksteren

Zeven weken, vijftig dagen, wordt het geheim van Pasen gevierd; vijftig dagen zijn we verbaasd over het nieuwe leven en heel de natuur viert mee. Vaak wordt in deze periode een accent gelegd op de lezingen uit het Nieuwe Testament, met name uit het evangelie van Johannes en de Brieven van de apostelen. Daarin spelen de verschijningsverhalen een belangrijke rol. In de katholieke traditie wordt in de paastijd niet gelezen uit het Oude Testament maar uit het boek Handelingen. Er wordt beschreven hoe mensen tot geloof kwamen en hoe de gemeenschap die in Christus geloofde, zich vormde. In de lezingen rond en na Hemelvaart wordt gezinspeeld op de Heilige Geest die uitgestort zal worden. De vreugdevolle paastijd wordt afgesloten met het feest van Pinksteren.

 

 

Symboliek

  • paastuin – leven
  • aardbol – de aarde komt opnieuw tot leven
  • kruis met bijv. bloemenkrans of bloeiende compositie – opstaan uit de dood
  • paaskaars – in het licht van Pasen
  • stenen die ‘opengebroken’ zijn of ‘weggeschoven’ – “neem de steen van mijn hart”
  • boog – als verwijzing naar ‘leven in het nieuwe verbond’
  • doopvont – als verwijzing naar de vernieuwing van de doopbelofte
  • een staf en / of een grazige weide – de goede Herder
  • wijnstok, knoest van een druif – als verwijzing naar verbondenheid met de Levende

 

paastijd 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tuinmaterialen

Met het gebruik van voorjaarsbloemen, vooral witte en gele, sluit u goed aan bij de thematiek van het nieuwe leven waarin Jezus voorgaat.

Wit, de feestkleur, is tot Pinksteren de liturgische kleur. Uit tuinen zijn voor het bloemschikken onder meer bruikbaar:

  • allerlei witte bloesemtakken zoals van sneeuwbal, sering, meidoorn, sierkers, Chaenomeles, rododendron, lijsterbes, sering
  • de eerste rozen, tulpen, narcissen, iris, (pollen) viooltjes, gebroken hartjes, damastbloem, witte judaspenning, lelietjes van dalen, akelei, jacobsladder, engelwortel, vergeet-mij-niet, voorjaarsmargriet (Doronicum), brem, salomonszegel, boshyacint, etc.

 

 

.