Stappenplan

Beelden vullen woorden aan

Liturgisch bloemschikken betekent dat het bloemwerk een relatie heeft met de liturgie, een thema dat in de viering ter sprake komt. Overleg met de voorganger en/of liturgiegroep of er al een thema is vastgesteld, of dat zij suggesties hebben of wensen. De bedoeling is dat de betekenis van het bloemwerk zo goed mogelijk aansluit bij het thema van de preek, verhaal kindernevendienst, liederen enz. en begrepen wordt.  Interactie kan plaatsvinden door bijvoorbeeld:

  • kinderen bij het verlaten van de kerk voor hun eigen activiteit, te vragen wat zij in het bloemstuk zien en zo spelenderwijs de symboliek te verduidelijken
  • kinderen te betrekken bij het bloemstuk door hen bijvoorbeeld in de Advent daarbij een kaars te laten aansteken of een symbool daarbij te leggen.
  • foto’s te maken van het bloemwerk en op deze wijze eigen kaartjes te maken die meegaan met de bloemen van de week (in protestante kerken) of een plek krijgen in het parochieblad of op het prikbord van de kerk. Sommige bloemengroepen maken speciale kaarten om te verkopen voor een goed doel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van tekst tot thema (gebaseerd op W.Wikkers /Speelruimte om te bouwen pg.143 -151 en Bloemen geven zin pg.12 -16)

Om aan de hand van een (bijbel) tekst tot een passend bloemstuk te komen, kun je een aantal stappen doorlopen:

Lees het verhaal rustig door, en stel je daarna de volgende vragen:

  • Welke beelden komen in je op? Beelden als geluk, verdriet, blijdschap, honger, groei enzovoort.
  • Komen er dieren, planten en gewassen in voor? Welke betekenis of functie zouden ze kunnen hebben?
  • Spelen opvallende voorwerpen een rol van betekenis? Welke? Denk bijvoorbeeld aan een klok, een bijbel, een kaars etc.
  • Welke getallen en namen komen in het verhaal voor? Zouden ze een speciale betekenis hebben?
  • Welke geuren ruik je in het verhaal? Goed positieve geuren of juist een negatieve geur? Een geur van schoonmaak of een geur van lente?
  • Welke vormen herken je? Denk bijvoorbeeld aan vierkant, driehoek, hart etc.
  • Welke lichaamsdelen bewegen het meest in het verhaal, en hoe zien die bewegingen er uit (de lijnen, de vormen…)
  • Welke emoties worden er in het verhaal beleefd? Wat is de “kleur” van het verhaal? Is het rood van activiteit of is het rood van lijden?

Tijdens het stellen van deze vragen – die als hulpmiddel dienen – komen er allerlei beelden op. Het is echter niet de bedoeling dat je met een bloemstuk het hele verhaal gaat illustreren en dus al die beelden gaat uitbeelden. We moeten komen tot een thema, zoals dat ook in een overweging of preek gebeurd.
Stel je daarom nu de volgende vragen

  • welke beelden hebben je het meest geraakt?
  • komen er dingen in het verhaal voor die je ook in je eigen leven hebt meegemaakt?

Zoek vervolgens naar kernwoorden, een kernachtige zin, thema of één beeld waar het volgens jou in het verhaal over gaat.

Van Thema tot Expressie

  • Ga na of er een symbool is dat bij het thema past en waarmee kerkgangers ook vertrouwd zijn, bijvoorbeeld brood, wijn, water, kaars, poort/deur, een driehoek, kruis, tafel .
  • Ga vervolgens welke andere expressiemiddelen je kunt gebruiken om het thema uit te drukken: welke kleuren, vormgeving, lijnen, speciale bloemen, blad of takken passen erbij en kunnen het geheel versterken?
  • Besef ook dat de keuze van de ondergrond en de bak of schaal de uitstraling bepaalt (hout, glas, metaal).
  • Denk aan de mogelijkheden van de versterking van de beeldkracht door het bloemstuk op een andere plaats te zetten, ofwel denk aan de plaats van het bloemstuk in de ruimte: past het thema bij het Woord/ de lezenaar, water/de doop/doopvont, voedsel voor onder weg/ de tafel; op weggaan/ deur etc.
  • Kan er een bloemschik techniek gebruikt worden die op zich al een symbolische uitstraling heeft? Zoals weven, verbinden, schakelen?

Samen met anderen

Maak een schets van wat je voor ogen staat als je het idee wilt voorleggen aan anderen, bijvoorbeeld aan leden van de bloemengroep of liturgiegroep of de voorganger. Overleg en luister naar suggesties om de beeldkracht te versterken. Altijd geldt: houd het eenvoudig, voorkom rommelig werk, groepeer bloemen om meer kracht te krijgen, zorg voor goede zichtbaarheid bijvoorbeeld door goede belichting met een spotje. Maak foto’s van de gemaakte werkstukken en bespreek met elkaar of de expressie krachtiger kan. Wat had er weggelaten kunnen worden? Welke lijnen, vormen, bloemen of kleuren verdienden juist meer aandcht? Verzamel de foto’s in een klapper en schrijf erbij op welk thema of welke tekst de schikking is gebaseerd en de datum. Zo maak je met elkaar een bron van inspiratie voor anderen.

 

.