‘U bent mijn rots’

laatsta zondag 2006

 

Psalm 31:4 NBV

“U bent mijn rots, mijn vesting, U zult mijn gids zijn, mij leiden, tot eer van Uw naam”

 

 

 

 

 

Centraal in de schikking staat een grote ‘rots’ rechtop; U bent mijn rots, mijn vesting.

Verschillend gevormde stenen, elk van ons is uniek, herinneren ons aan hen die ons ontvallen zijn.

De grote witte kaars herinnert aan Hem die leeft in het Licht van de eeuwige.

De witte rozen zijn een symbool van liefde en tevens van de vergankelijkheid van het leven.

De witte aronskelken zijn open bloemen, omhoog gericht naar het Licht.

De altijd groene klimop is een teken van trouw en onsterfelijkheid.

 

laatsta zondag 2006

 

 

Onder de Joden is het de gewoonte om op de graven een klein steentje achter te laten, als teken dat men op bezoek is geweest. Dit gebruik is in betekenis vergelijkbaar met de gewoonte bij niet-joden om bloemen neer te leggen.

 

 

 

88

 

 

 

.