Zout

  1. Zuiverende kracht, onbederfelijk, duurzaam
  • Numeri 18 en 19 ‘Het is voor de Heer een altijddurend verbond, een verbond met zout’
  • Leviticus 2: 13  ‘Bij alle meeloffers moet u zout voegen; bij geen ervan mag het zout van het verbond met uw God ontbreken. U moet dus zout voegen bij alle gaven die u aanbiedt’.
  •  De Bergrede: Mattheus 5:13-14
    ‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt. Jullie zijn het licht in de wereld…….’

2.  Levensbehoefte

Sirach 39: 26  De eerste levensbehoeften van een mens zijn water, vuur, ijzer, zout en tarwebloem, melk en honing, het bloed van de druif, olijfolie en kleding.

 

 

 

 

 

.